Afgelopen maandag. We rijden vanuit Etten-Leur terug over de A16. We hadden net afscheid genomen van mijn tante die later in de week zou komen te overlijden. Net over de Moerdijkbrug begint het te regenen. Maar rechts zie ik dat er ook veel zon is. “Mam, het is wachten op die regenboog, kijk jij of je het ontdekt?” Ik vind regenbogen iets magisch hebben. Die kleuren die het felste schijnen wanneer de lucht op z’n donkerst is! De symbolische doos in mij houdt ervan. Dat een lichtje feller schijnt in donkere tijden. Dat daardoor een regenboog ontstaat.Ik vind het altijd wel een mooie gedachte.

En ja hoor langzaam gloort er een kwart van een regenboog die langzaam steeds meer een boog wordt. Het duurt niet lang voordat de lucht zo donker wordt en een stukje zon zo fel gaat schijnen, dat er ook een tweede regenboog verschijnt. Met iedere kilometer die we over het asfalt knallen, worden de kleuren feller en feller en feller. Rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet.

 

“Ma, ma, zoek die pot met goud! Grijp hem!

Als een klein kind staar ik verwonderlijk enthousiast naar de donkere hemel. Wij zijn waarschijnlijk de enige hippie malloten tussen al die drukke klusbussen en bellende zakendoende mannen en vrouwen op de weg, die het tafereel aanschouwen alsof we in ons eigen wereldwonder terecht gekomen zijn. “Ik heb in mijn hele leven die kleuren nog nooit ZO FEL gezien” verwondert mijn moeder zich hardop. Wat een fantastische voorstelling van Moeder Natuur!

 

Hoe dichter bij de tunnel van Dordrecht komen, hoe geweldiger het tafereel. Aan de ene vangrail schijnt de zon fel. Maar op ons stukje weg stortregent het werkelijk alsof er een dam is opengebroken. Vlak voor de tunnel rijden we letterlijk door de allerfelste kleuren van de regenboog. Het begin van de regenboog!!! Hoe dan???? Stond daar niet iets???  “Ma, ma, zoek die pot met goud! Grijp hem. Grijp hem!” gil ik met een grote grijns op mijn bakkes door die auto heen vlak voordat we de donkere tunnel inrijden. Ik vermoed dat onze klusbussenkerels en ambitieuze yuppen nog net niet 112 onder de speeddial hebben om die twee dames in een rooie Japanse sjeeskees aan te geven voor onoplettend weggebruik. 

En bam! In een klap rijden we de donkere tunnel in en hangen er een paar lichtjes op in de tunnel die onze weg slechts een beetje bijschijnen. Geen idee wanneer het einde van die tunnel is. Het enige wat je kunt doen is doorrijden. Naar het licht aan het einde ervan. Soms heb je dat in het leven. Het enige wat je kan doen, is vooruit rijden. Je weet soms maar de volgende meters waar je zicht op heb. Waar je koplampen schijnen. Dat moet je volgen. Totdat……

Het duurt niet lang voordat we de betekenis van drie andere gezegdes ervaren. Er is licht aan het einde van de tunnel, Achter de wolken schijnt de zon en na regen komt zonneschijn. Nou ook die krijgen we in overvloed. Want zodra we de tunnel bij Dordrecht uitkomen, schijnt de zon zo fel en is er nergens meer een wolkje aan de hemel. De zon verwarmt de auto en ons met haar vrolijkheid, hoop en inspiratie. Ze stromen allemaal rijkelijk onze rooie rakker in. 

Deze fysieke beleving was supersymbolisch, dat mijn moeder en ik weer een mooi gesprek hierover hebben. Onze pot met goud? Die hebben we allang. Die komt namelijk in de vorm van onze liefde voor en van onze geweldig leuke lapjeskataanwaaifamilie en heerlijke vrienden. Dat is onze pot met goud. 

Oh en volgens mijn moeder is het ook fijn dat je met een storm als Eunice niet onder een doos hoeft te slapen, maar een lekker bed hebt, een verwarming een dak boven je hoofd. 

Counting our blessings (en alle andere potjes met goud) 🙂

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.